Archief

Archief voor de ‘Verhalen’ Categorie

Ik wist het

28 september 2013

In mijn verhaal over gigaraffen suggereer ik dat op het paaseiland grote stenen beelden werden geplaatst om vijandige schepen, die op zoek waren naar gigaraffen, te misleiden. Na de dood van de gigaraf werd deze midden op het eiland begraven waardoor de beelden bijna volledig onder de aarde verdwenen. Dat was maar goed ook want nu was er niemand meer die de beelden na een storm overeind kon zetten……

Nu blijkt: de Paaseilandkoppen hebben inderdaad lijven!

paaspop

Verhalen

Watersnoodramp 1953

22 juni 2013

Het is nu 60 jaar geleden, ik kan het nu wel bekennen, ik ben de veroorzaker van deze ramp, sorry.


Het was de verjaardag van mijn moeder, ik was 3 en m’n ouders maakte ruzie omdat mijn vader, die bakker was, ‘s middags zonder taart was thuis gekomen, vergeten. Om mijn moeder wat vrolijker te stemmen, stelde hij voor naar het strand te gaan. Mijn moeder hield heel erg van de zee en dus gingen we op pad. Het was koud, maar ik kon goed warm blijven omdat ik het kratje bier van m’n vader moest dragen. Eindelijk op het strand aangekomen wilde ik met m’n schepje een muur om me heen bouwen, maar dat mocht niet, ik moest een kuil graven voor het kratje bier dat te koud dreigde te worden, het zeewater zou het bier op de goeie temperatuur houden. Ik moest daarvoor een hele lange geul graven naar zee, omdat m’n ouders, vanwege de oosterwind helemaal aan de duinrand zaten. Daar stroomde het water in het putje eindelijk kon ik mijn muur bouwen. Maar helaas, toen draaide de wind en gingen m’n ouders aan de andere kant van het duin zitten. Toen moest ik helemaal door dat duin graven om dat nieuwe putje vol te laten lopen. Toen het water begon te stromen was het niet meer te stoppen, ik heb het nog wel geprobeerd, maar mijn duim was veel te klein. Heel Zeeland overstroomde en ik kreeg de schuld. “rot jong” zei m’n moeder ‘kijk nu eens wat je doet, straks stroomt de hele zee nog leeg”. Voor straf moest in ik m’n mandje en langzaam dreef ik af, met de gedachte “had ze dat maar voor m’n geboorte gedaan”

Tegenwoordig kan ik aardig dichten en rijmen maar ik heb nu ook een veel grotere duim.

Verhalen

Granddog

22 juni 2013

Dit T-shirt kreeg ik van een goede vriendin uit Amerika. Zij kende me goed en wist dat ik dat leuk zou vinden en er wat mee zou doen. Ik bedacht het volgende verhaal.Granddog

Mijn Grand dog, Ja dat is een triest verhaal, dat wat een tekkel en hij is dood.  Een aantal jaren geleden al, kwam ik thuis en ondanks dat er geen raam of deur open was, was Japie verdwenen en we kwamen er ook niet achter wat er met hem gebeurd was. Tot een half jaar later, we bij de schoonmaak van de luchtverwarming het beest terug vonden. Hij was waarschijnlijk in de gordijnen geklommen, er uitgevallen en als een patatsnijder door het rooster in de luchtverwarmingpijp terecht gekomen en daar in rap tempo gedroogd. Na de vonst hebben we nog heel vaak met Japie gespeeld; Mikado

Verhalen

Verhalenwedstrijd

13 maart 2013

Vorig jaar weer eens aan een verhalenwedstrijd mee gedaan. Nu was het hier zo geregeld dat wie de meeste stemmen via internet binnen kreeg won. Ik ben in zo’n geval al helemaal kansloos omdat ik helemaal geen netwerk. maar er werd ook een boek uitgegeven en daar gokte ik maar op. van de ± 400 inzendingen werden er 25 gepubliceerd en daar zat ik dan gelukkig wel bij.de Geest van overijssel

Verhalen

Brullen in Deventer

8 mei 2012

Ik werd gevraagd een verhaal te schrijven voor het goede doel dat de Lions hadden bedacht bij hun 50 jarig bestaan in Deventer, het moest gaan over leeuwen in Deventer. Jullie kennen me wat dwarse gewoonten, ik laat me niet helemaal inpakken. Het werd een verhaal over Leeuwen met mezelf als link naar Deventer. Mijn ervaringen met een Afrika reis in de jaren 70 kon ik hier goed mee combineren, maar  voor de duidelijkheid, karatasi bestaat niet echt.

De Jacht op de leeuwenpluim. tekening © Hans Stempher

De Jacht op de leeuwenpluim. tekening © Hans Stempher

Karatasi door DanGerArt (Gerart Bot)

Aan het eind jaren zeventig was ik in Tanzania. Ik bezocht er onder andere een Masai nederzetting, mooie mensen in rode gewaden en vreemde tradities. Zo was er het velletje leeuwenpapier: Jongen krijgers verzamelden wat leeuwenharen, waar papier van gemaakt werd. Voor deze daad kregen ze een koe (vroeger moest er door de jonge krijger een koe gestolen worden in een naburige stam) Het papier was een soort trofee waar hun eerste koe op aan geturfd werd. Ik moest hier aan denken toen ik de vraag kreeg of ik een verhaal wilde schrijven over leeuwen. Wat zou het leuk zijn om de omslag van het boekje van leeuwenpapier te maken. Ik legde het voor aan de uitgever en die vond het een heel goed idee. Ik kreeg een zak geld van hem mee om in Tanzania leeuwenhaar en het recept van het papier te halen.

Ik ging op pad. Bij de Masai aangekomen was er een probleem, de Karatasi was niet zomaar papier, dat was een gevaarlijke onderneming, waarbij de pluim van de staart van een leeuw werd geroofd. De manen van een leeuw waren geen optie omdat de Masai geen leeuwen doden. In het geval dat een leeuw een stuk vee van de hen aanvalt dan mag dat wel, maar dat gebeurt eigenlijk nooit. De leeuw heeft veel respect voor de masai, zelfs een kind van de Masai vallen ze niet lastig en ze moeten wel heel erg veel honger hebben willen ze zich vergrijpen aan hun vee. Zoʼn leeuw moet dan al flink verzwakt zijn en is meestal op sterven na dood.

Gelukkig weten de Masai wat geld is, ze gaan regelmatig naar de stad om vee te verhandelen, ze zijn best rijk. In tegenstelling tot de jaren zeventig hebben ze nu mooie nieuwe kleding (voor de toeristen) er zijn wapens en er waren er zelfs bij die een mobieltje hadden. Ik mocht blijven en men zou me leren hoe een pluim te vangen en hoe er papier van te maken. Ondertussen kreeg ik een hut en de zelfde priveleges als de andere mannen, dat wilde o.a. zeggen dat ik alle vrouwen uit de nederzetting “mocht gebruiken”. De mannen zijn wel “getrouwd”, maar als een andere man zin heeft in je vrouw zet hij zijn staf voor je hut en gaat naar binnen. Als dan haar man thuis komt wacht hij netjes tot de buurman klaar is, groet hem en gaat naar binnen. Ze kennen daar klaarblijkelijk geen jaloezie. In de jaren 70 zat ik in en commune, waar ook alles moest kunnen, maar de werkelijkheid was meestal anders, daarom hiel ik me hier ook maar een beetje afzijdig. Bovendien toonden de vrouwen ook weinig interesse in me.

Er moest, zo werd me geleerd, voor het veroveren van een pluim een leeuw beslopen worden en er moest dan een soort hark over de pluim geslagen worden. De leeuw zou wakker schrikken en weg rennen met achterlating van een groot deel van zʼn pluim. “Waar ben ik aan begonnen” vroeg ik me zelf af toen ik met wat krijgers op pad ging. Hoeveel pluimen zou ik wel niet moeten slaan om voldoende papier te kunnen maken? Onderweg sprokkelde ik al alle leeuwenharen die ik tegen kwam stiekem bij elkaar. Uiteindelijk vonden we een leeuw. Ik had geoefend, maar zenuwachtig tot in de toppen van mijn vingers lande de hark niet om de staart, maar in de staart. De leeuw vond dit niet leuk en haalde genadeloos uit. Gelukkig had ik een paar dappere strijders bij me die de leeuw verjoegen, maar ik had al wel op diverse plekken scheuren opgelopen.

Thuis gekomen werd er door vele handen een kleipapje in de wonden gesmeerd, maar door het bloedverlies weet ik daar niet zoveel meer van. Waarschijnlijk was dat het zelfde papje wat wordt gebruikt nadat de koeien hun dagelijkse aderlating hebben gehad. De mannen gaan overdag met het vee op stap en krijgen dan als lunch een kalebas gevuld met bloed en melk mee. Die kalebaskruik wordt ontsmet door er een brandende stok in te steken alvorens het bloed van de aderlatende koe op te vangen daarna wordt het bloeden gestopt met een mengsel van klei en koeienurine. koeienplas gebruiken ze overal voor, o.a. voor het maken van drinkbekers en schalen van kalebassen, ook zit het in het recept

voor het maken van leeuwenpapier en het ergste, de vrouwen wassen zich er mee. Ze dragen daardoor een afstotelijke geur met zich mee. Zou je wat met deze best wel mooie en soms hele lieve vrouwen wat willen, dan moet je die stank overwinnen. Sinds ik littekens heb ben ik ineens veel aantrekkelijker voor de vrouwen, littekens zijn daar hot. Maar elke keer als ik in de buurt van ʻn vrouw kwam liepen mijn zwellichamen door de stank spontaan leeg.

Na een week of drie was ik aangesterkt en kon ik de terugreis ondernemen. Ze waren zo lief geweest nog wat leeuwenhaar voor me bij elkaar te sprokkelen en de ander ingrediënten voor me klaar te zetten. Zo vertrok ik naar het vliegveld, met een tasje met leeuwenhaar, een koffer koeienpoep, enkele kalebassen met koeienurine en dan nog mijn eigen rugzak. De urine heb ik in de vliegtuig toilet geloosd, de poep kwam niet door de Hollandse douane, maar wat er overbleef was het belangrijkste ingrediënt.

Ik heb daar wat van het paard en wat van mezelf aan toegevoegd en het is warempel een soort papier geworden, maar helaas is de hoeveelheid lang niet genoeg om er een omslag van te kunnen maken.


Verhalen

Hijgend in zijde

25 december 2009

In november kwam er weer een boekje met korte verhalen  uit  in de reeks “de Valsche Geschiedenis van Deventer” (nr 4 thema: sint Nicolaas) en Ik was weer gevraagd om een verhaal in te sturen.

Het was in de tijd dat ik alléén de wereld ging ontdekken, niet meer aan het handje van moeder. Zo ook bij de intocht van Sinterklaas, dat in Deventer altijd op 5 december plaats vindt. Inmiddels wist ik al wel dat Sinterklaas niet bestond, maar rondom die tijd ging je toch wel weer een beetje twijfelen. Maar vandaag zou dat definitief veranderen.

We woonden in die tijd vlak bij de haven en ik liep via het Pothoofd naar de plek waar het allemaal ging gebeuren “de Wellekade”. Halverwege was ‘n agent in een heftige discussie met een man, die met z’n NSU langs het midden op de weg geplaatste houten schrikhek wilde. De fiets van de veldwachter stond tegen een muurtje voor me. Ik, altijd in de stemming om wat uit te halen, draaide het ventiel van z’n band los. Helaas maakte dat ineens een fluitend geluid, waardoor de diender me door had. Hij liet de man de man en kwam razend achter me aan. Ik rende naar de haven, keek nog even om en zag dat ik terrein verloor en dat de man in de NSU langs het schrikhek reed. Bij de haven lagen bergen zand en grind, kisten en kratten met groenten, genoeg om je achter te verstoppen. De wetsdienaar was volhardend en kwam al zoekend achter elke krat steeds dichterbij. Achter mij lag een, tot woning verbouwde, kleine klipper. met diirect aan het eind van de loopplank een opbouw met een openstaande deur. Toen meneer agent achter wat kratten verdween zag ik mijn kans schoon en rende de loopplank op naar binnen. Gelukkig was er niemand aanwezig. In de boot was links een keukentje en rechts een kamertje met aan het eind, in het vooronder, achter twee louvre-deurtjes een slaapkamertje. Daar verstopte ik me in het smalle gangetje tussen het een en tweepersoons-bedje. Van daar uit kon ik door de spleetjes van de deurtjes het hele schip overzien. Met bonkend hart wachtte ik af wat er ging gebeuren.
Na enige tijd voelde ik dat er iemand de loopplank op kwam. Ik verwachte Bromsnor, maar daar stond ineens Sinterklaas in de boot, gevolgd door een hijgende zwarte Piet. Nu was ik helemaal de klos. Ik trok een deken over me heen, maar er gebeurde niets. Voorzichtig keek ik weer het kamertje in. Sint was, gatver, ik kon m’n ogen niet geloven, aan het zoenen met zwarte Piet. In die tijd had Ik nog nooit gehoord van homofilie, maar misschien was dat ook wel niet aan de orde, want zwarte Piet gaf aan last van z’n borst te hebben. Sint hielp Piet uit zijn zijde tenue. O, Piet had pijn, hij was gewond, z’n hele borst zat in het verband. Sint ging het afwikkelen. Tot m’n grote schrik en verbazing kwamen er een paar borsten onder het verband vandaan. Ik was in die tijd nog niet zo bezig met meisjes en vrouwen en had nog nooit tieten gezien, anders dan de borst van m’n moeder waar m’n broertjes en zusjes aan lagen te lurken. Nu pas drong tot me door dat Piet een vrouw én blank was. Het verband werd er weer snel omheen gedraaid, ditmaal wellicht iets minder strak. Sint was dus ook maar een gewoon mens van ‘n witte vrouw hield. Ik zat nog even voor me uit te staren om alles te verwerken, toen ik merkte dat het stel het schip verliet. Ik kroop uit m’n schuilplaats want ik moest nodig. Onder de trap een was een hokje wat waarschijnlijk de wc was. Ik opende de deur en schrok me werkelijk rot, want daar “stond” Piet, oeps, van schrik naast de pot te plassen. De verwarring was groot, ik ben naar buiten gerend. Buiten stond het vol met zwarte Pieten, Sinterklaas en andere snuiters, maar ik werd niet opgemerkt. Even later stond ik, met een zucht, m’n blaas te ledigen tegen de silo. Vandaar uit zag ik dat de smeris de man in de NSU op de bon slingerde die voor de verandering van binnen het gebied weer naar buiten wilde.
Buiten was niets veranderd, maar Sinterklaas zou nooit meer het zelfde zijn.

© DanGerArt 30-6-2009  Deventer

Verhalen

Neerslag

4 september 2008

Ik werd weer gevraagd om een verhaal te schrijven voor het 3e boekje van de Valsche Geschiedenis van Deventer, dat de avond voor de boekenmarkt zou uitkomen.
‘n leuke avond waarbij alle schrijvers een voordracht moesten doen.

Neerslag door ©DanGerArt

Ik voel me de laatste tijd wat neerslachtig… en dat komt door de boekenmarkt. Op een regenachtige boekenmarkt kocht ik een lijvig boek uit 1873 met de toepasselijke titel “Neerslag”, geschreven door ene professor F. Waterscha. Het in leer gebonden boek, stond vol met uitgebreide teksten over allerlei soorten wolken en neerslag, bijgestaan door vele mooie grote etsen. Het boek met grote waterkringen en schimmelplekken was duidelijk in de praktijk gebruikt. Voorin stond de vreemde handgeschreven uitgelopen opdracht: “Blijf de depressie voor, geniet van wat er over u heen komt”
Onder het lezen zat ik ongemerkt wat aan de rug van het boek te pulken, wat tot een vreemde ontdekking leidde. Er stak een stukje stof uit de rug waarvan ik dacht dat het er niet thuis hoorde. Langzaam begon ik het opgerolde stukje textiel er uit te trekken. Het bleek waarachtig een nette pet te zijn, die in tegenstelling tot het boek, er keurig zonder kringen, schimmel of verrotte plekken, uit zag. Goed genoeg om hem direct op te zetten, hij paste perfect en zag er goed uit. Aangezien ik een hoofddeksel-drager ben werd dit m’n nieuwe alledaagse. Op ‘n gegeven moment, nadat ik er op geattendeerd werd, viel me op dat ik altijd als het regende boodschappen ging doen, of naar het café, altijd als het regende, en dan floot ik er ook nog bij. Ik leek wel niet goed, wat bezielde mij? Het werd nog erger, als ik in droge tijden langs een sloot fietste, moest ik met al m’n kracht tegensturen om niet in de sloot terecht te komen. En thuis stond ik af en toe onder de douche met kleren aan en pet op, zonder te weten waar ik mee bezig was. Die pet.., die pet behekste me. Ik deed de pet in de droger om te zien wat er zou gebeuren als ik hem op zou zetten met een emmer water voor me. Ik had hem nog niet op of een onbedwingbare kracht drukte m’n hoofd in de emmer. Direct daarna heb ik de pet weer terug gestopt van waar hij vandaan kwam en heb het boek hoog in de boekenkast opgeborgen. Sindsdien ben ik nogal depressief, een paar keer heb ik me niet kunnen bedwingen, heb ik weer even met de pet op fluitend door de regen gelopen en dat deed me zeer goed. Maar ik hoop toch dat ik hem morgen op de boekenmarkt aan een hondenliefhebber kan verkopen en dat ik dan langzaam maar zeker weer m’n gewone leventje kan oppakken.

Verhalen

Kunst plassen

22 november 2006


Jaren geleden toen ik in Groningen op kunst academie Minerva ging studeren, was het eerste wat ik moest, nodig. Ik zocht de wc op en zag tot mijn verbazing op de deuren des toilettes geen D van Dame en H van Heer, maar M van meid en V van Vent staan. Geinig dacht ik en stapte het “heren” in,…..??! Allemaal dames, die het niet begrepen hadden en het niet op mij begrepen hadden. Dan maar naar de meiden wc , …… En, ja hoor, hier vond ik allemaal kerels, die natuurlijk ook allemaal door die meiden afgezeken waren. Toch interessant zo’n damestoilet, ik wist bijvoorbeeld niet dat ze daar ook urinoirs hadden, of is dat alleen bij ons op de academie, voor het kunstplassen misschien? Tegenwoordig neem ik altijd de “meiden”, ga ik lekker kunstplassen in ‘n pot.
Siep Waterscha

Verhalen

Polio schildpadjes

15 november 2006


Aquarel.

Op een onbewoond eiland ergens in ‘n warme golfstroom lagen zeven schildpadjes op de vloedlijn. De zee schoof ze vredig heen en weer en voedde ze me groen zeewier. Zo leefde deze schildpadjes al vele jaren, ze konden ook niet anders omdat ze in hun jeugd getroffen waren door het polio-virus. Al de schildpadjes waren aan hun pootjes verlamt geraakt. De zee gaf hen de zorg die ze nodig hadden.
Op een dag spoelde er een schipbreukeling aan op het eilandje, een gemene zeepiraat, die bij een gewelddadig optreden over boord was geslagen. Na bij gekomen te zijn van zijn dagenlange drijftocht, ging hij op zoek naar voedsel; kokosnoten, bessen, vissen en schaaldieren. Op een dag kwam hij ook de schildpadjes tegen, hij sneed alle lamme pootjes van de schildpadjes af, om daar een lekkere schildpaddensoep van te maken. Bij het afsnijden van de pootjes was er wat bloed van de schildpadjes in een door de schermutselingen opgelopen wond gekomen. Langzaam begon het poliovirus zich in de piraat te ontwikkelen en het duurde niet lang of hij zakte door zijn benen. Ondertussen groeide zoals dat bij schildpadjes kan de pootjes weer langzaam aan. En wat denk je,….. de nieuwe pootjes konden gewoon weer lopen. En zo liep het voor de schildpadjes letterlijk goed af. De piraat was er slechter aan toe, hij lag op de vloedlijn en moest zich voeden met het door de zee aangedragen zeewier.

Kunst, Verhalen

In 1995 werden er al vreemde dieren in Nieuw Ginea ontdekt.         (zie weblog Timen “zoonlief”)

11 februari 2006

Uit het Heereveens dagblad

Verhalen